Doe mee aan een landelijk onderzoek onder jeugdartsen naar Integrative Medicine en complementaire en alternatieve behandelwijzen
U kunt deze vragenlijst invullen door op deze link te klikken
Waarom meedoen?
- Binnen de JGZ zijn de eerste drie pijlers van Integrative Medicine (IM) geen onbekende items. Onduidelijk is echter in hoeverre dit geldt voor het begrip Integrative Medicine.
- Het is niet bekend wat de houding is van jeugdartsen met betrekking tot complementaire behandelwijzen.
- Verwijzen jeugdartsen naar CAM-therapeuten?
- Werken jeugdartsen samen met CAM-therapeuten?
- Willen en kunnen jeugdartsen vragen van ouders beantwoorden over CAM?
Wie voeren dit onderzoek uit?
Désirée van der Veer, jeugdarts, en Silvia van Coeverden, jeugdarts KNMG i.o. voeren dit onderzoek uit samen met Miek Jong, onderzoeker bij het Louis Bolk Instituut.
De wetenschappelijk commissie van de AJN heeft het bestuur een positief advies gegeven om aan dit onderzoek mee te doen.
Relatie met eerder onderzoek
Dr. Miek Jong heeft al eerder onderzoek gedaan naar de bekendheid van Integrative Medicine (IM) bij raden van bestuur, (zorg)managers en medisch specialisten van ziekenhuizen, GGZ en andere zorginstellingen.
Eind 2009 hebben in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Kinderartsen (NVK) alle kinderartsen een vragenlijst toegezonden gekregen over hun houding en kennis van CAM in Nederland. Uit dit onderzoek blijkt dat 39% van de kinderartsen zelf wel eens een vorm van CAM gebruikt. Tevens vraagt 62% van de kinderartsen in het gesprek met ouders niet naar het gebruik van CAM bij hun kinderen (Vlieger en Jong, European Journal of Pediatrics. 2010, in press).
Fors gebruik CAM-behandelwijze
Recent Nederlands onderzoek heeft aangetoond dat 30 tot 40% van de kinderen die de kinderarts bezochten, in het jaar voorafgaande aan dit onderzoek een vorm van alternatieve behandelwijzen heeft gebruikt, variërend van eenvoudige homepathische of kruidenmiddelen die bij de apotheek werden gekocht, tot behandelingen bij een therapeut zoals reiki, osteopathie of acupunctuur. Veel ouders bespreken dit niet of nauwelijks met de behandelend kinderarts. Anderzijds blijkt 60% van de ouders het erg belangrijk te vinden dat de kinderarts adequate informatie over dergelijke behandelwijzen kan geven (Vlieger et. al. NTVG, 2006).
